Het vuur van Vuurland

De Portugees Ferdinand Magellaan zeilde de wereld rond en ontdekte in 1520 een doorgang in Zuid-Amerika. Je kon van de Atlantische oceaan naar de Stille oceaan (Pacific) varen door een zeestraat. Die werd naar hem vernoemd: de Straat van Magellaan. Hij zag in de verte in het zuiden allemaal vuren branden. Het waren de vuren van de oorspronkelijke bewoners; die van de Yagán-kanonomaden en heel waarschijnlijk ook die van de Selknam-indianen die op het grote eiland woonden. Magellaan noemde dit gebied daarom Vuurland. Pas veel later, in 1624, heeft Jacques l’Hermite als eerste Europeaan de Yagán persoonlijk ontmoet.

De Yagán hadden het vuur hard nodig. In het koude, barre, vochtige, klamme klimaat, was het lekker om je te warmen aan het vuur. En je kon er natuurlijk vis en paddenstoelen op roosteren. Het vuur ging overal mee naartoe. In de kano, naar de hut op het strand en andersom.

De kano vloog niet in brand, want het vuur werd middenin geplaatst bovenop een laag klei, een stapel stenen en plaggen mos of graszoden van zo’n zeven centimeter dik. Omdat de kanohuid van boombast was, bleef de kano altijd wel vochtig. Er stond ook vaak een beetje water op de bodem van de kano; er werd vaak gehoosd. De harde wind zorgde er verder voor dat het vuur laag bleef. De kinderen zaten altijd lekker dichtbij het vuur en hielden dat meteen goed in de gaten.

Om het vuur aan te maken, gebruikten ze droge takjes, kleine babyveertjes van vogels die je wel op het strand vindt, gedroogde paddenstoelen, oude insectennesten of gedroogd gras. Het vuur mocht niet uitgaan, want de enige manier om in Vuurland vuur aan te steken was door vuursteen te slaan tegen staal of pyriet (een mineraal waarin ontvlambaar zwavel en ijzer zit). Vuursteen en pyriet waren schaars. Je moest er helemaal voor naar het noordwesten kanoën. De vindplaats was op de eilanden Skyring, Furia, Diego en Aracena in het Cockburn kanaal, het grensgebied met de andere kano-indianen, de Alakaluf. De vader hield de vuursteen en pyriet daarom zorgvuldig bij zich, vaak in een leren tasje om zijn nek.